Softwarepatenten > Besprekingen > Europarl 03-09-24
| |||||
| Besprekingen | Europarl 03-09-24 | Reactions | faq | Oproep | CEC 2003/11 |
2b. "technische bijdrage", ook wel "uitvinding" genoemd: bijdrage tot de stand van de techniek op een technisch gebied. De technische aard van de bijdrage is een van de vier voorwaarden voor octrooieerbaarheid. Voorts moet een technische bijdrage, om voor een octrooi in aanmerking te komen, nieuw zijn, niet voor de hand liggen en op industriële schaal toepasbaar zijn. Het gebruik van de krachten van de natuur om fysieke effecten te beheersen, buiten de digitale presentatie van de informatie om, behoort tot een gebied van de technologie. De verwerking, de manipulatie en de presentatie van informatie behoren daarentegen niet tot een gebied van de technologie, zelfs indien daartoe technische apparaten worden gebruikt.
2ba. "technisch gebied": een industrieel toepassingsterrein dat het gebruik van beheersbare natuurkrachten vereist voor het verkrijgen van voorspelbare resultaten. "Technisch": (%q:behorend tot een technisch gebied).
2bb. "industrie": in octrooirechtelijke zin: "geautomatiseerde productie van materiële goederen";
4.2. De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding die een technische bijdrage levert, een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van uitvinderswerkzaamheid is.
4.3. Of de technische bijdrage significante omvang heeft, wordt beoordeeld door het bepalen van het verschil tussen de technische kenmerken in de omvang van de octrooiconclusie in hun geheel beschouwd, en de stand van de techniek, ongeacht of deze kenmerken gepaard gaan met niet-technische kenmerken.
4.3a. Of een in computers geïmplementeerde uitvinding een technische bijdrage levert tot de stand van de techniek, wordt bepaald aan de hand van de vraag of zij nieuw inzicht verschaft in het oorzakelijk verband bij het gebruik van beheersbare natuurkrachten en of zij industrieel toepasbaar in de enge zin, zowel wat de methode als wat het resultaat betreft
4a.2. De lidstaten zorgen ervoor dat in computers geïmplementeerde oplossingen voor technische problemen niet worden beschouwd als octrooieerbare uitvindingen enkel en alleen omdat zij de doeltreffendheid bij het gebruik van middelen binnen het gegevensverwerkingssysteem verhogen.
5.1.a. De lidstaten zorgen ervoor dat voor in computers geïmplementeerde uitvindingen verleende octrooiaanspraken alleen betrekking hebben op de technische bijdrage die de basis van de octrooiaanvraag vormt. Een octrooiaanspraak op een computerprogramma, het weze een computerprogramma als zodanig dan wel een op een drager opgeslagen computerprogramma, is niet toelaatbaar.
5.1.b. De lidstaten zorgen ervoor dat de productie, manipulatie, verwerking, distributie en publicatie van informatie in welke vorm dan ook nooit direct of indirect inbreuk maakt op een octrooi, ook al worden daartoe technische apparaten gebruikt.
5.1.c. De lidstaten zorgen ervoor dat het gebruik van een computerprogramma voor doeleinden die niet onder het toepassingsgebied van het octrooi vallen, geen directe of indirecte inbreuk op het octrooi kan zijn.
5.1.d. De lidstaten zorgen ervoor dat als in een octrooiconclusie kenmerken worden genoemd die het gebruik van een computerprogramma impliceren, een goed werkende en goed gedocumenteerde referentie-implementering van een dergelijk programma wordt gepubliceerd als onderdeel van de beschrijving, zonder beperkende licentievoorwaarden.
6a. De lidstaten zorgen ervoor dat gebruik van een geoctrooieerde techniek met een belangrijk doel zoals de omzetting van de conventies die in twee verschillende computersystemen of netwerken worden gebruikt om communicatie en gegevensuitwisseling tussen beide mogelijk te maken, niet wordt beschouwd als een inbreuk op het octrooi.
8.1.a. de invloed van octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen op de in lid 7 genoemde factoren;
8.1.b. de vraag of de regels betreffende de octrooitermijn en het bepalen van de octrooieerbaarheidseisen, meer bepaald nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid en de passende omvang van de conclusies, adequaat zijn; en
8.1.c. of zich moeilijkheden hebben voorgedaan met betrekking tot lidstaten waar niet wordt nagegaan of aan de eisen inzake nieuwheid en uitvinderswerkzaamheid wordt voldaan voordat octrooi wordt verleend, en zo ja, of maatregelen wenselijk zijn om deze moeilijkheden te verhelpen.
8.1.c.a. de vraag of er zich problemen hebben voorgedaan inzake de relatie tussen de bescherming door octrooien van in computers geïmplementeerde uitvindingen en de bescherming door auteursrecht van computerprogramma's als geregeld in Richtlijn 91/250/EEG en of er misbruik van het octrooisysteem voor wat betreft in computers geïmplementeerde uitvindingen heeft plaatsgevonden;
8.1.c.b. de vraag of het wenselijk en juridisch mogelijk zou zijn om, gelet op de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, een 'gratieperiode' voor elementen van een octrooiaanvraag voor elk type uitvinding die voor de datum van aanvraag worden onthuld, in te voeren.
8.1.c.c. de eventuele noodzaak een diplomatieke conferentie voor te bereiden ter herziening van het Europees Octrooiverdrag, mede in het licht van de totstandkoming van het Gemeenschapsoctrooi;
8.1.c.d. de manier waarop met de voorschriften van deze richtlijn rekening is gehouden in de praktijk van het Europees Octrooibureau en zijn onderzoeksrichtsnoeren.
8.1.c.e. de vraag of de aan het Europees Octrooibureau verleende bevoegdheden stroken met de vereisten voor de harmonisering van de EU-wetgeving, alsmede met de beginselen van transparantie en verantwoordingsplicht.
8.1.c.f. de gevolgen voor de omzetting van de conventies in twee verschillende computersystemen om communicatie en gegevensuitwisseling mogelijk te maken,
8.1.c.g. de vraag of de in deze richtlijn genomen optie met betrekking tot het gebruik van een geoctrooieerde uitvinding met als enig doel interoperabiliteit tussen twee systemen mogelijk te maken, adequaat is;
8.1a In dit verslag motiveert de Commissie waarom ze van oordeel is dat er al dan niet een wijziging van onderhavige richtlijn nodig is en somt ze desgevallend de punten op waarop ze zich voorneemt een voorstel tot wijziging te formuleren.