waarbij, bij nader onderzoek, blijkt dat aan voorwaarde B altijd voldaan is.
Wegens de beperkingen qua tijd en plaats, halen we slechts een paar van de meest bediscussieerde punten van de Raadstekst aan om dit punt aan te geven. De anderen kunnen gevonden worden op onze pagina met de volledige analyse.
Preciezer: een conclusie van de vorm "programma, gekarakteriseerd doordat [het bepaalde dingen doet]" zal toelaatbaar zijn, en deze conclusie zal een oneindig aantal individueel ontwikkelde en auteursrechtelijk beschermde programma's omvatten.
Het programma moet volgens deze voorwaarde zelfs niet nieuw of inventief zijn. Het kan een conventionele beschrijving van een nieuw proces zijn. Wanneer iemand een nieuwe chemisch proces heeft uitgevonden, kan hij de beschrijvende programmalogica monopoliseren (b.v. A+B=C), en hij kan de publicatie van eender welk programma dat deze logica gebruikt verbieden, evenals het gebruikt ervan voor eender welk doel, inclusief simulatie op een gewone desktop PC.
Deze voorwaarde is de hoofdbrok van het werk van de Raad, en werpt sterke twijfels op wat betreft de competentie van de "werkgroep", zelfs in haar beperkt werkgebied van octrooiwetgeving. Zie onze analyse voor verdere details.
Ze werd ingevoerd op de Raadssessie door Commissaris Bolkestein als deel van een succesvolle poging om de aanwezige ministeriële ambtenaren te misleiden.
De naïeve lezer zal denken dat dit artikel betekent dat het werk van een programmeur nooit in aanraking zal komen met octrooien, omdat programma's als zodanig niet onder octrooiconclusies kunnen vallen. De Duitse minister van Justitie, Brigitte Zypries, leek deze interpretatie inderdaad te geloven, toen ze hem gebruikte in een poging om de bezorgdheden van programmeurs weg te nemen in een online chat-sessie tien dagen na de Raadsbijeenkomst.
De experten die dit lezen bijgrijpen dat deze zin het omgekeerde betekent van wat Zypries en de andere regeringsministers geloven dat hij betekent. Art 52 EPC wordt niet herbevestigd, maar wordt betekenisloos gemaakt door deze paragraaf.
Computerprogramma's kunnen niet tegelijkertijd claimbaar (Art 5(2)) en niet octrooieerbaar (Art 4A1) zijn. Men moet elders gaan zoeken om een uitweg uit deze contradictie te vinden, en deze wordt aangeboden door de volgende paragraaf.
De verwoording "normale fysieke interactie tussen een programma een een computer" betekent ongeveer zoveel als "de normale fysieke interactie tussen een recept en een kok": niets. Het is een magische formule waarvan de betekenis enkel kan begrepen worden aan de hand van recente beslissingen van het EOB, waarin ze gebruikt werd om het toekennen van octrooien op meetkundige berekeningen aan IBM te rechtvaardigen. In dat geval kon, volgens het EOB, het "verder technisch effect dan de ..." bestaan uit besparingen van plaatsgebruik op een computerscherm. Twee jaar later merkte het EOB zelf op dat deze constructie verwarrend is, maar nodig was voor politieke doeleinden:
Merk op dat de Werkgroep van de Raad Art 4B van het Parlement verwerpt, wat zou geholpen hebben om een meer restrictieve betekenis te geven aan de verwoording van het EOB, gebaseerd op recente Duitse rechtspraak. Deze hield in dat de besparing van middelen zoals geheugen of rekenkracht in een computer geen "technische bijdrage" kan zijn, omdat anders zowat alle in computers geïmplementeerde methoden voor bedrijfsvoering octrooieerbaar zouden worden. Het is duidelijk dat de werkgroep van de Raad "in computers geïmplementeerde" algoritmen en methoden voor bedrijfsvoering octrooieerbaar wil maken, overeenkomstige de recente praktijk van het EOB.